- CV
- Oogonderzoek
- Spoedgevallen
- Oogziekten
- Diersoorten
- Honden
- Cataract samenvatting
- Cataract volledige versie
- Cherry eye
- Droge ogen KCS
- Entropion
- Lensextractie en lensimplant samenvatting
- Lensextractie en lensimplant volledig
- Normale netvlies variatie (english)
- Normale netvlies variatie samenvatting
- Normale netvlies variatie volledig
- Pannus
- Traanapparaat
- Trichiasis en entropion
- Katten
- Konijnen
- Vogels
- Waterschildpad
- Honden
- Rassen
- Oogfoto's
- Terminologie
- Consult bij collega's
- Wegwijs
- Dieren/Natuur
- Links
- Voordracht RC
- Publicaties
- Studie Schipperke
Kleurstof
Bij het uitvoeren van een volledig oog-onderzoek wordt frequent gebruik gemaakt van een kleurstof, nl. fluoresceïne. Meestal gebruikt men strips waarvan het uiteinde met deze oranje kleurstof geïmpregneerd is. Het stripje wordt dan eventjes tegen het slijmvlies van het oog gehouden. In contact met de traanfilm verandert de oranje kleur in groen.
Als er in het hoornvlies oppervlakkige letsels zijn, waardoor het epitheel (d.i. buitenste laagje van het hoornvlies) ontbreekt, dan kleurt fluoresceïne het onderliggend weefsel (stroma). Kleine letsels zijn het best zichtbaar als ze met een cobalt-blauw licht gecontroleerd worden.

Als het letsel heel diep is, dan worden enkel de randen van de ulcer gekleurd, maar dan blijft het diepste deel (de membraan van Descemet) ongekleurd. In dit laatste geval is meestal een chirurgische ingreep nodig om het defect te herstellen.
Fluoresceïne wordt ook gebruikt om te controleren of de traanpunten goed doorgankelijk zijn. Na het aanbrengen van de kleurstof, wordt het oog met een zoutoplossing gespoeld en wordt de snuit naar beneden gehouden. Na enkele minuten wordt gecontroleerd of de kleurstof aan de neusgaten verschijnt.

Het is echter ook mogelijk dat de kleurstof in de mond terechtkomt en dan kleurt de tong een beetje groen. Dit komt meer voor bij de brachycefalen, dit zijn de rassen met een platte snuit zoals bv. de Pekingees en Shi-Tsu.
