- CV
- Oogonderzoek
- Spoedgevallen
- Oogziekten
- Diersoorten
- Honden
- Cataract samenvatting
- Cataract volledige versie
- Cherry eye
- Droge ogen KCS
- Entropion
- Lensextractie en lensimplant samenvatting
- Lensextractie en lensimplant volledig
- Normale netvlies variatie (english)
- Normale netvlies variatie samenvatting
- Normale netvlies variatie volledig
- Pannus
- Traanapparaat
- Trichiasis en entropion
- Katten
- Konijnen
- Vogels
- Waterschildpad
- Honden
- Rassen
- Oogfoto's
- Terminologie
- Consult bij collega's
- Wegwijs
- Dieren/Natuur
- Links
- Voordracht RC
- Publicaties
- Studie Schipperke
Droge ogen KCS
Als we de term keratoconjunctivitis sicca (KCS) gebruiken, bedoelen we hiermee droge ogen.
Deze aandoening komt meer voor bij de hond dan bij de kat.
Probleem is dat er te weinig tranen aangemaak worden. Als reactie hierop worden er wel meer slijmen geproduceerd, die meestal nogal kleverig zijn. Ze plakken aan de oogleden en ook op de oogbol zelf. De slijmvliezen worden roder en verdikken. Soms zien we ook erge letsels op het hoornvlies. Als de traanproduktie plots daalt, dan is het mogelijk dat de hond meer tekenen van pijn vertoont, bv oogleden toeknijpen. Dan zien we ook vaker letsels in het hoornvlies (ulcers).
![]() |
![]() |
Lichte waas en bloedvaten in hoornvlies |
Uitgebreide troebeling van het hoornvlies |
Als de daling van traanvochtproductie geleidelijker gebeurt, dan is de pijn meestal minder uitgesproken. In het eindstadium is er bloedvatingroei in het hoornvlies, littekenweefsel en pigmentafzetting. Dit kan uiteindelijk tot blindheid leiden.

Pigmentafzetting in hoornvlies en slijmprop op de oogbol
In sommige gevallen is niet alleen de traanproductie verlaagd maar wordt er ook minder vocht in de neus gevormd met een droge neusspiegel tot gevolg.
Droge ogen kunnen verschillende oorzaken hebben:
- vooreerst is het mogelijk dat het probleem aangeboren is, en dat de traanklier ofwel onvoldoende ontwikkeld is, ofwel volledig ontbreekt.
- sommige ziekten kunnen aanleiding geven tot KCS, zoals ziekte van Carré (hondeziekte) en herpes. Andere oorzaken zijn o.a. chronische oogslijmvliesontsteking en bepaalde toegediende medicatie.
- het probleem kan zich ook voordoen bij honden die geopereerd werden van een “cherry eye” waarbij de traanklier van het derde ooglid werd weggenomen. Dit zien we o.a. bij de Cocker, Mastino en Engelse Bulldog.
- bij de Whestie zou het probleem waarschijnlijk immuun-gemedieerd zijn, d.w.z. dat de hond stoffen vormt tegen eigen traanklierweefsel.
Om tot een diagnose te komen, beginnen we met het meten van de traanproductie. Dit gebeurt met een soort papierstrip. Na 1 minuut wordt dan de traanproductie afgelezen. Normaal is de afgelezen hoeveelheid tussen 13 en 23 mm bij de hond en tussen 10 en 20 mm bij de kat. Lager dan 9mm/minuut bij de hond en minder dan 6mm/min bij de kat wordt sicca genoemd.
Desnoods wordt er nadien nog een kleuring van het hoornvlies uitgevoerd om na te gaan of er letsels zijn.
![]() |
![]() |
Meten van traanproductie bij een hond |
en bij een kat |
Welke behandeling voorgeschreven wordt is o.a. afhankelijk van de afgelezen traanproductie op de papierstrip, de toestand van het hoornvlies en het feit of de eigenaar al of niet frequent medicatie op de oogbol kan aanbrengen.
Tot de standaard-behandeling behoren een spoelvloeistof om de slijmen te verwijderen en kunsttranen in de vorm van druppels, gel of zalf. Meestal worden er ook ciclosporines voorgeschreven om op de oogbol aan te brengen. Dit produkt stimuleert de traanproductie, zolang de traanklieren nog een beetje werkzaam zijn. Ook de bloedvatreactie en pigmentafzetting vermindert in zekere mate door deze laatste medicatie.
Soms wordt er ook nog een produkt via de mond toegediend (pilocarpine) om te trachten de traanproductie te stimuleren. Hierbij moet opgelet worden op mogelijke nevenverschijnselen indien de toegediende dosis te hoog is (vb. geen eetlust, braken, speekselen, diaree).
In sommige gevallen wordt overgegaan tot een chirurgische ingreep. Hierbij wordt de afvoergang van een speekselklier, die normaal uitkomt in de mond (de parotideus speekselklier-afvoergang) losgemaakt en verplaatst naar het onderste slijmvlies van het oog. Voordeel is dat het oog nu wel voldoende bevochtigd wordt.
Nadeel is dat speeksel toch verschillend is van gewone tranen. Sommige honden krijgen dan last van afzetting van speekselkristallen op het hoornvlies en de oogleden. Dit is een groot probleem, dat slecht onder controle te krijgen is met medicatie.
In sommige gevallen is het daarna noodzakelijk om op de chirurgisch verplaatste speekselafvoergang enkele hechtingen te zetten om minder speekselproductie op het oog te krijgen en zo de afzetting van kristallen te verminderen. Sommige honden krijgen ook last van hun huid op de plaats waar het speeksel vanuit het oog over de bovenkant van de neus loopt, we zien dan een geïrriteerde huid t.h.v. de traanstrepen.
![]() |
![]() |
Afzetting van kristallen op hethoornvlies, op de oogleden |
en op de neusrug |
Typisch voor geopereerde honden is dat de honden beginnen te tranen (speekselen uit het oog) als ze lekker eten ruiken.
Als besluit kunnen we stellen dat de traanproductie beter te vaak dan te weinig kan worden gemeten. Vooral bij irritatie van de slijmvliezen en bij letsels op het hoornvlies (ulcers).
Daarbij komt nog dat het wegknippen van de derde ooglid-traanklier niet de beste oplossing is bij een cherry eye. Vooral niet bij die rassen die al gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van droge ogen.






