- CV
- Oogonderzoek
- Spoedgevallen
- Oogziekten
- Diersoorten
- Honden
- Cataract samenvatting
- Cataract volledige versie
- Cherry eye
- Droge ogen KCS
- Entropion
- Lensextractie en lensimplant samenvatting
- Lensextractie en lensimplant volledig
- Normale netvlies variatie (english)
- Normale netvlies variatie samenvatting
- Normale netvlies variatie volledig
- Pannus
- Traanapparaat
- Trichiasis en entropion
- Katten
- Konijnen
- Vogels
- Waterschildpad
- Honden
- Rassen
- Oogfoto's
- Terminologie
- Consult bij collega's
- Wegwijs
- Dieren/Natuur
- Links
- Voordracht RC
- Publicaties
- Studie Schipperke
Lensextractie en lensimplant volledig
Inleiding:
De lens bestaat uit een kern (nucleus), deze is volledig omgeven door cortex. Langs de buitenzijde van de lens zit het lenskapsel.
Bij cataract treedt er een vertroebeling op van de lens, minder frequent is ook het lenskapsel erbij betrokken.
Mogelijke oorzaken zijn o.a.: · erfelijk: in dat geval vaak bilateraal voorkomende lenstroebeling, maar niet noodzakelijk symmetrisch in beide ogen · suikerziekte: steeds glucose laten bepalen bij dieren met snel ontwikkelend cataract · trauma enz. Uw huisdier begint eerst wat wazig te zien.
Breidt de troebeling erg uit in beide ogen, dan leidt dit blindheid.
Bij oudere dieren zien we soms een witblauwige schijn in het midden van de lens. Dit kan een nucleaire sclerose zijn en geen echt cataract.
Hoe kunnen we deze 2 van elkaar onderscheiden? Als uw dierenarts met een speciaal toestel, een oftalmoscoop, het oog bekijkt, dan kan hij/zij het verschil zien. Bij sclerose kan het netvlies nog redelijk duidelijk gezien worden doorheen de lenskern. Bij een echt cataract daarentegen kan de achtergrond van het oog niet meer bekeken.
ERG:
Als de lens volledig ondoorzichtig is geworden en het netvlies niet meer bekeken kan worden, dan moet er eerst een bijkomende test gedaan worden: een ERG (electroretinogram). Hierbij wordt gebruik gemaakt van lichtflitsen, deze wekken dan elektrische potentialen op in het netvlies, die vervolgens gemeten kunnen worden. Vooral bij die rassen waar ook gPRA (gegeneraliseerde progressieve retina atrofie) bij voorkomt, is het belangrijk te weten of het netvlies nog normaal functioneert. Blijkt uit deze test dat de retina nog normaal werkt, dan kan overwogen worden om 1 of beide troebele lenzen te verwijderen.
Medicatie:
Tot op heden bestaat er nog geen medicatie om cataract te behandelen.
Chirurgie:
In tegenstelling tot de mensen gebeurt de ingreep bij dieren steeds onder volledige verdoving. We gaan in het kort 2 manieren bespreken die kunnen toegepast worden voor het verwijderen van een troebele lens.
1) Vooreerst is er de ECCE (extracapsulaire cataract extractie). Hierbij wordt er een brede insnede gemaakt aan de rand van het hoornvlies (lengte van de snede is ongeveer 1,2 cm). Vervolgens wordt een grote opening gemaakt in het voorste lenskapsel en de lens wordt in zijn geheel verwijderd. Voordeel is dat harde lenzen, zoals ze bij oudere dieren vaak voorkomen, relatief vlot kunnen verwijderd worden uit het oog. Toch wordt aangeraden om nadien nog met een speciale naald op een spuit of met een irrigatie-aspiratie-toestel de restjes cortex van de lens uit het oog te verwijderen. Nadeel van deze grote snede is dat het oog tijdens de chirurgie niet mooi bol blijft en dat er veel meer moet gehecht worden op het einde van de ingreep. Dit verlengt de duur van de anesthesie. Ook treedt er iets meer uveïtis (inflammatie) op na de chirurgie en is er meer kans op vorming van littekenweefsel in het hoornvlies.
2) Een relatief nieuwe methode voor dieren, die voor mensen bijna standaard wordt gebruikt, is de phaco-emulsificatie. Deze methode is afkomstig uit de tandheelkunde en werd afgeleid van ultrasonische tandsteenapparaten. Hierbij wordt de aanslag op tanden eerst in kleine stukjes verbrijzeld. Het uiteinde van het handvat wordt continue gekoeld. Denk maar aan het slangetje dat u bij de tandarts in de mond krijgt, dat dient onder andere voor de afvoer van deze koelvloeistof.
Hoe is deze ultrasoon nu van toepassing geworden voor het oog? Er wordt gebruik gemaakt van een phacotoestel, hierbij behoren ook verschillende handvaten. Een ervan is het phacohandstuk. Aan het uiteinde ervan zit een naald, die ongeveer 20.000 maal per seconde trilt. Aldus worden er ultrasonische golven opgewekt die de cataract gaan verbrijzelen. Vervolgens kunnen de kleine stukjes lens opgezogen worden langs dezelfde naald. Continue vloeit er ook een vloeistof langs de buitenkant van de naald om voor afkoeling van de punt te zorgen. Anders zou tijdens het werken met ultrasoon de naald te heet worden.
De vloeistof die langs de punt van het handvat in het oog loopt heeft ook nog een 2° functie, namelijk het oog tijdens de ganse ingreep mooi gevuld houden. Bij het opzuigen van kleine stukjes cataract wordt er ook vloeistof uit het oog weggezogen en zonder toevoer van vocht zou het oog anders helemaal plat worden.
Na deze eerste fase wordt overgeschakeld naar een irrigatie-aspiratie instelling op het toestel. Tegelijkertijd wordt een ander handstuk op het toestel geplaatst om de achtergebleven cortex op te zuigen. Bij deze chirurgie wordt gebruik gemaakt van een operatiemicroscoop om alle oogstructuren voldoende vergroot te zien.
Het grote voordeel van deze techniek is dat er maar 1 of 2 kleine openingen worden gemaakt aan de rand van het hoornvlies. Deze zijn respectievelijk 3-4 mm en 1mm groot. De duur van de verbrijzeling van de lens hangt af van de hardheid van de lens. Bij een jonge hond is de troebele lens meestal nogal zacht zodat het verbrijzelen en opzuigen erg kort duurt.
Bij oudere honden met hardere lenzen neemt het verbrijzelen van de harde kern van de lens wat meer tijd in beslag.

Onrijp of immatuur cataract Rijp cataract 1 maand later
1 week na lensextractie met phaco Maltezer direct na lensextractie met faco
Kunstlenzen:
Tegenwoordig bestaan er ook speciale implantlenzen voor de hond die in het overblijvende, lege lenszakje worden geplaatst. Ze hebben een standaardsterkte van 41 dioptries en zijn ongeveer 12-17mm groot, afhankelijk van het gebruikte lenstype. Of deze al dan niet gebruikt kunnen worden is van een aantal factoren afhankelijk. We zullen er enkele vernoemen.

2 kunstlenzen
Grote Zwitser met cataract en 1 week na lensextractie met lensimplant
Om een lens te kunnen inplanten moet de gemaakte opening in het voorste lenskapsel mooi rond zijn, niet te groot en geen scheuren vertonen naar de rand van het lenskapsel.
Is er een uitgebreide witting in het achterste lenskapsel aanwezig, dan moet er een rond stukje weggeknipt worden uit dit kapsel. Is deze opening te groot dan kan er geen lens meer ingeplant worden, want dan bestaat het gevaar dat de lens door deze opening dieper in het oog zou wegzakken, in het vitreum (glasvocht). Het grote voordeel van deze lenzen is dat de patiënt een bijna normaal gezichtsvermogen heeft na de chirurgie.
Naverzorging:
Bij de 2 toegepaste technieken duurt de naverzorging minimum 3 maanden. Gedurende die periode worden er dagelijks regelmatig druppels en soms zalf ('s avonds) op het geopereerde oog aangebracht. Ook worden er nog ontstekingswerende producten via de voeding toegediend. Of er nadien draadjes moeten verwijderd worden is afhankelijk van het gebruikte draadtype en of er al of niet een bijkomende knip ter hoogte van de buitenste ooghoek werd gegeven.
Soms wordt aangeraden om de patiënt gedurende enkele dagen een plastieken kol op te zetten om krabben of wrijven te voorkomen.
Suikerzieke patiënt:
Een zeer groot aantal van de suikerzieke patiënten ontwikkelt na verloop van tijd cataract. Dit komt omdat ze zelfs bij een goede regeling vaak een licht verhoogde suikerspiegel behouden, met op termijn een diabetisch cataract tot gevolg. Mits de nodige voorzorgsmaatregelen zijn het nochtans goede kandidaten voor een lensextracie en een inplantlens. Vooraleer besloten wordt tot chirurgie, wordt eerst via het bloed gecontroleerd of de aandoening voldoende onder controle is. De dag van de ingreep zelf wordt een verlaagde hoeveelheid insuline gespoten. Ook postoperatief wordt de medicatie aangepast, rekening houdend met de suikerziekte.
Yorkshire Terriër met en 9 dagen na lensextractie
diabetes-cataract (suikerziekte)
Besluit:
Door het uitvoeren van een van de hierboven besproken operatietechnieken hebben we de mogelijkheid om het gezichtsvermogen van een redelijk aantal patiënten met cataract te herstellen of te verbeteren.
Toch blijft het in een aantal gevallen bij de jonge hond nog mogelijk dat hij/zij after-cataract ontwikkelt. Dit is te wijten aan de blijvende aanwezigheid van lensepitheelcellen, die opnieuw lensvezels proberen te vormen, zelfs in een geopereerd oog. Door gebruik te maken van inplantlenzen zien we toch een zekere onderdrukking van deze lensvezelgroei. Indien er geen kunstlens ingeplant kan worden, wordt vaak het achterste lenskapsel een beetje geopend tijdens de cataractchirurgie of later tijdens een 2° ingreep.
Omdat het welslagen van lensextractie en lensimplantatie van een groot aantal factoren afhangt, is het belangrijk preoperatief uitgebreid de tijd te nemen om alles te bespreken en de patiënt uitgebreid (algemeen en oog) te onderzoeken.
Diabetes-cataract bij X Bouvier, linker oog Rechter oog zelfde hond, 1 week na lensimplant
